Zuid India, maart-april 2009

Zuid India, 20 maart t/m 15 april 2009


 

Broer opnieuw opzoeken en weer wat rondreizen

Geert bezochten Wil en ik eerder in 2009. We logeerden toen een paar dagen op de boerderij die hij met een paar anderen even buiten Auroville bestiert en maakten een zuidelijk rondje. Op mijn webstek staat een India-2009-impressie.

We konden dit keer geen rechtstreekse vlucht op Chennai krijgen en moesten in Mumbai een paar uur op een aansluiting wachten. Daar werd het reisplan geboren, met de Lonely Planet en een kaart bij de hand.
Wensen: ander rondje dan de vorige keer, grote tempels, het "Tibetaanse" dorp, olifantensafari, liever lange-afstand-bussen dan treinen.

De route 2009 is met een rode lijn aangegeven op de kaart. De route 2013 in het groen ligt iets erboven.
Auroville ligt vlak bij Pondicherry, iets onder Chennai (Madras).

 

Weekje Auroville

Auroville, de interculturele stad van de toekomst die gesticht is rond Sri Aurobindo en The Mother, wonen en paar duizend Aurovillianen en komen minstens zoveel bezoekers een tijdje meewerken op de boerderijen, of in de kleinschalige werkplaatsen, maar vooral om zich te laven aan het gedachtengoed van de Sri Aurobindo en The Mother. In de Matrimandir (foto rechts) kom je tot jezelf in relatie tot de wereld.

In Auroville-city zijn een paar guesthouses. In een van de grotere, het Center Guesthouse kun je in slaapzalen of een eigen huisje verblijven. Eten doe je in de centrale keuken waar (gelukkig) uitsluitend vegetarisch lekker eten bereid wordt. Het guesthouse beschikt over een hele verzameling, vooral aftandse fietsen, die je gebruiken kan. Overigens is fietsen in glooiend terrein op een fiets zonder versnellingen bij 40 graden behoorlijk afzien.

Het aardige van logeren in een guesthouse is, dat je via prikborden en andere gasten hoort van de activiteiten in Auroville. Je kan makkelijk samen dingen ondernemen, praktische tips uitwisselen.

Over het bezoek aan Geert en Usha maakte ik een aparte pagina: Klik hier

 

Werken voor de kost
Priya is een Engelse mevrouw die een groentenkwkerij bedrijft. De groenten staan in kleine bedjes en vragen veel werk. Uiteraard is gif taboe en omdat haar grond vruchtbaar is, valt er heel wat onkruid met de hand weg te halen.

De oplossing die Priya heeft bedacht voor de enorme hoeveelheid handwerk, is bezoekers pakweg drie uur te laten werken, in ruil voor onderdak en eten. Dat onderdak hoefden we niet en het eten eigenlijk ook niet, maar de "yoga van het werk" hebben we twee vroege ochtenden meegemaakt. Natuurlijk vroeg, want dan is het nog niet zo bloedheet.

"De yoga van het werk"; Wil verwijdert onkruid.

 

Lange afstanden per bus

In 2009 bleek de gewone slaaptrein niet heel erg prettig reizen. De smalle slaapbankjes hebben een lengte die allerminst berekend is op een Europeaan van 1.86m; je wappert met je knietjes boven het gangpad. Daarnaast is het erg lawaaierig en onveilig.
Lange afstanden reizen met een public bus is ook een opgave. Om te beginnen moet je aan boord zien te komen in zo'n overvolle bus - die stopt niet spontaan voor je en helemaal niet voor reizigers met een grote rugzak.
En als je dan al binnen bent, krijg je een doos kippen op schoot of een ongeluierde schreeuwbaby. Dat is een keer leuk, maar daarna reis je liever anders.

De verwende reiziger boekt een stoel in een lange-afstand-bus met airco.

 

Andere afstanden per ...

De tuktuk bepaalt het Indiase straatbeeld en is voor veel mensen het ideale vervoermiddel om stukjes van een paar kilometer af te leggen.
Het krioelt van de tuktuks in India, vrijwel alle met een coureur die snel zo veel mogelijk verdienen wil - best logisch. Hij schat om te beginnen in of je de route kent. Zoniet dan is het heeel ver en heeel duur. Als je de route wel kent is het pingelen geblazen; een westerling is een wandelende pinautomaat waar zoveel mogelijk uitgehaald moet worden. Ook wil de coureur je graag even de winkel van zijn neef laten zien, eventueel in ruil voor wat korting op de ritprijs.
Ach, het is een spel dat je leuk moet gaan vinden.

De meest verwende globetrotter huurt een auto met chauffeur. Aan de auto met chauffeur viel niet te ontkomen om snel van west naar oost te reizen. Taxi-vliegen-taxi of bus-bus-bus (etc) kost een aantal dagen, terwijl een particulier chauffeur je voor 100 euro in een marathon-rit 1000 kilometer transporteert (en daarna meteen weer terugrijdt en een groot feest viert).

Een ander plezierig vervoermiddel is de fiets en liever nog de bromfiets. Die heeft "natuurlijke airco", je kan veel zien, stoppen en parkeren waar je wilt. Links rijden in het vaak hectische verkeer went snel, net als voorrang nemen en claxonneren.
Aan het huren en zelf rijden van een auto zou ik niet beginnen. Er zijn verhalen over Indiers die zich behendig voor je auto gooien om zo een soort WAO van een rijke westerling te organiseren. Met een brommer ga je niet zo hard en loop je minder risico.

 

Indiaas eten is heerlijk!

De metalen schaal met allerlei bakjes is een thali. Je bestelt er rijst bij en het smullen kan beginnen. Dat smullen gaat op de In diase manier als volgt: met je rechterhand pak je wat rijst, knijpt en kneed je een beetje en dipt ermee in een sausbakje. Eventeel kneed je weer een beetje en dan breng je zonder knoeien de kleverige bal je mond in.
Ik geniet er meer van met een meegebrachte spoof (combinatie tussen een spoon en een fork) of als dat ter plekke voorhanden is: met mes en vork.

In het midden van de thali ligt pappadum, een dun knapperig pannenkoekje.
Op de middelste foto ook traditioneel Indiaas etevn, met een dosa. Een dosa is een gefrituurde deegbal met een gaatje, net als in een appelflap. Ik geloof dat de dosa van mais, kikkererwten en tarwebloem is gemaakt, ook wel met wat sesam erdoor. Op de thali zie je overigens ook nog chappatti, ook nog iets van "brood".

Het Indiase eten is echt heerlijk en met verse groenten en kruiden klaargemaakt. In het zuiden is de keuken heel anders dan die noordelijker, bijvoorbeeld omdat geen vlees gebruikt wordt en het kruidiger is, ook soms heel scherp.
Als je langer in India bent merk je wel dat er weinig variatie is. De sausjes zijn gemaakt vanuit vier basissausen die je gaat herkennen. En het groente-aanbod is natuurlijk streek- en seizoensgebonden.

 

Op straat

Foto's: De ossenkar kom je nog tegen, maar die raakt snel in onbruik. Volgens Geert is er aan een span goede ossen nauwelijks meer te komen.

Twee winkeltjes, een soort garageboxen met een toonbank in de gevel. Rechts wordt kleding (heel goedkoop) verkocht, links een vuurwerkwinkel. Met vuurwerk luister je feesten op, van geboortedag tot begrefenis en alles wat er tussen zit. Je ziet en hoort nogal eens wat knallen!

De rechter foto is ook een alledaags plaatje, al is de vrachtauto eigenlijk wat te modern (lees: te weinig aftands) voor India. Maar dan wel weer mooi gedecoreerd, volgestouwd met takken en de dagloners zitten er bovenop. Ook echt India is dat de bestuurder zich weinig aantrekt van verkeersregels of moeite doet in zijn baanvak te rijden.
De auto rijdt langs een pomp van Indian Oil, de grootste oliemaatschappij die in India sterk stijgende omzetcijfers tegemoet kan zien. Met de zon doen Indiers nog weinig en Tata heeft plannen elk huishouden van een Tatamobiel te voorzien.

 

Straatleven

Het leven achter de deuren of in de hutjes van bananenblad hebben we nauwelijks gezien. We zijn op bezoek geweest bij de moeder van Usha die in 2009 nog in een bladerenhut in een boom leefde, maar inmiddels verhuisd was naar een soort afdak in afwachting van het gereedkomen van haar stenen huisje.
Het leven in India speelt zich vooral op straat af, in winkelstraatjes en op markten waar de koeien zich tegoed doen aan afval en af en toe wat van een stalletje jatten. Je ziet heel veel mensen op straat die daar werken (papier en afval inzamelen bijvoorbeeld), boodschappen doen, of duidelijk ergens dringend heen moeten. De geuren op straat zijn onvergetelijk: bloemen, kruiden, dieren, mensen (zonder deo).

Op de markten liggen de waren vaak heel netjes ten toon. Bakjes met afgewogen hoeveelheden groente, of stapeltjes. Het is een en al geur en kleur.

 

Een snackbar

Overal op straat kun je drinken, fruit en eten kopen. En dan van allerlei voor tussendoor, maar ook iets dat op een maaltijd lijkt.
Met vers geschild fruit is het oppassen geblazen. Er wordt vaak niet erg proper gewerkt, of afgewassen in besmet water en hordes vliegen doen de rest. Het veiligst is ter plekke bereid voedsel uit het frituur. Je koopt dan een dosa bij een dosakraampje.
De dosa krijg je in een bananenblad - fijn voor de koeien, of gewoon in een stuk krant. Daar verwonder je je al snel niet meer over.
Indiase mensen zijn dol op foto's. Ze willen graag met jou op de foto en zijn niet te beroerd voor je te poseren - dat kost soms wel wat.

De mannetjes van dit dosa-winkeltje poseren graag en trots in hun "cafetaria". De grote koperen ketel voorziet ze van heet water voor de chai, thee met melk en wat boter.
De dosa's die ik bij ze kocht waren best lekker...

 

(Ook Indiase) Vrouwen houden van bloemen!

Het is een feest een bloemenmarkt te bezoeken. Daar koop je losse bloemen, doorgaans zonder steel, Maar het rijgen van bloemen aan slingers is vaak al gedaan en je koopt dan een meter of wat bloemenslinger.
Het aanbod is overweldigend, je kunt niet begrijpen dat die allemaal een bestemming vinden.

 

En wat doe je met bloemen?

Indiase vrouwen lopen graag met bloemen in hun haar, of met een bloemenketting. Thuis tekenen ze bloempatronen (mandela's) op de grond met krijt, maar liever met bloemblaadjes.
De bloemen zijn voor persoonlijke decoratie, maar ook voor het mild stemmen van de talrijke goden. In elk Indiaas huis is een huisaltaar waar een godje versierd word met bloemen.
Om de bloemen langer goed te houden worden ook wel patronen gelegd in waterbakken. Dat is een kunst op zich waar best een uurtje aan besteed mag worden - tijd lijkt in India geen rol te spelen, al hebben veel mensen, vooral in het verkeer, haast.

 

Tempelcomplex Tiruvannamalan

Zuid India is vergeven van de tempels. Sommige zie je makkelijk over het hoofd, bijvoorbeeld omdat ze heel klein zijn of achteraf gelegen. Maar de grotere complexen zijn niet te missen.
Op de meeste plekken mag je als westerling gewoon tussen de mensen naar binnen en je wordt ook wel uitgenodigd om mee te doen met de rituelen - uiteraard moet je dan wel ghee of zoiets kopen en is je sponsorbijdrage minstens zo welkom als je zelf bent. Af en toe zijn delen van tempels voorbehouden voor hindoes.

In een tempel moet je geen zingende gemeente en een dominee verwachten. Iedereen lijkt zijn eigen tempelding te doen, al of niet geassisteerd door een "monnik". Het is vaak een drukte van belang in een tempel. Er worden zaken verkocht, er lopen (heilige) koeien, mensen slapen, er hangen beroepsbedelaars. En een serieuze tempel heeft een olifant die je "zegent" in ruil voor een muntje dat hij aan de opasser geeft.

 

Paleis van de marahadja in Mysore

De highlights van Mysore zijn de dierentuin, de sandalwoodoilfactory (da's veel punten met Scrabble) en het paleis van de maharadja. We hebben ze alle drie bezocht.

De dierentuin, tja, de dierentuin... het was een dierentuin. Voor Indiase mensen vast prachtig, want ruim en parkachtig, maar ik heb het niet zo op die geurige beesten op een postzegel. En uilen in een kooi vind ik helemaal vreselijk. Vergeet de dierentuin.

Het enorme paleis van de maharadja geeft je een indruk van de gigantische tegenstelling tussen de haves en de havenots in het India van weleer. Wat een walgelijk etaleren van ongelooflijke rijkdom. En wat hield de man van dieren afknallen. Bah.

Dan de sandalwoodoilfactory. Ik wist niks van sandalwood en de waardevolle olie die in zeep gebruikt wordt, maar nu weet ik er a-l-l-e-s van dankzij een zeer bevlogen gids die zijn hele sandalwood-encyclopedie over me uitstortte.
Het proces is vrij eenvoudig: je kapt een sandal-boom, maalt die tot snippers en die kook je. De olie wordt afgescheiden, drijft op het water en die tap je af.
Er gaat verdraaid veel boom in een flesje olie en voordat je dat flesje hebt ben je er verdraaid druk mee. geen wonder dat het duur is. Gelukkig is het sterk spul - je hebt maar weinig olie nodig om een stukje zeep te parfumeren.
De factory staat grootst aangegeven in de Lonely Planet, maar is moeilijk te vinden, een heel eind buiten de stad. Mensen hebben er nog nooit van gehoord en sturen je, heel hulpvaardig en heel vriendelijk, alle (foute) kanten op.

 

Tibetdorp

In de Lonely Planet stond een alinea over een gebied van een paar hectare dat door de Indiase regering beschikbaar gesteld was aan duizenden Tibetaanse vluchtelingen. Ze waren op de loop voor de Chinezen die het onafhankelijke Tibet als provincie inlijfden eind vijftiger jaren.
Je kon de tempelschool en wat nederzettinkjes bezoeken, mits een permit op zak. Nuttige informatie, maar hoe kom je aan zo'n permit?

Bij aankomst (bus, tuktuk) vroeg niemand naar een permit. Dat kwam pas 's avonds toen we de sleutel van de groezelige kloostercel op wilden halen. Zo'n permit kon je alleen ver vooraf, ver weg en op basis van goede argumenten krijgen... De monniken begrepen dat ze het niet konden maken ons weg te sturen, maar in hun administratie moesten we niet voorkomen en de kamer moest voor negenen verlaten zijn omdat dan de controles plaatsvonden.

Een illegale nacht dus, een buitenkansje: gaan slapen met het geluid van honderden zingende monniken en drum- en belgeluiden en daarmee wakker worden.

foto's: de toegangspoort van de monnikenschool met tempels en slaapgebouwen; de enorme centrale tempel; wandelende monniken in het dorp; in een tempel doe je je schoenen uit; er gaan veel makke monniken in een tuktuk (5)

 

Wyanad Wildlife Sanctuary

In 2009 was het wildpark bij Ooty gesloten, iets met brandgevaar wegens extreme droogte ofzo. Het alternatieve park bleek ook dicht. Daarom stond voor deze reis opnieuw een spectaculair park op de rol. Dat moest Wyannad worden, in de oostelijke provincie Kerala.

Ook dit park bleek gesloten. Waarom was onduidelijk - typisch India. Maar Wyannad is een park zonder hekken en olifanten kennen de grenzen van het park niet. We zagen in de omgeving van Wyannad boerderijtjes en dorpjes met bladerhutjes omgeven door hekken en schrikdraad.

Via de receptie van het hotel kwamen we in contact met iemand die ons met zijn Mahindra-jeep wel een dagje door de bossen wilde rijden. Langs de parkranden, naar de graasplaatsen van de olifantenkuddes, naar een waterval en nog wat hotspots.
Om olifanten te zien moest er vroeg vertrokken worden, in het donker, in de ochtendnevel. Het werd een hele leuke dag, met olifanten!

 

Op de scooter rond Pondicherry

In Pondicherry huurde ik een scooter om er een beetje op uit te trekken en ook om Auroville en Annapurna te bezoeken. Dat is een kilometer of 15 en met een scooter kom je er na een leuk ritje makkelijk.
We zijn met het ding ook naar het noorden geweest, richting Chennai. Onderweg van het vliegvled hadden we onafzienbare zoutpannen gezien die we nog eens van wat dichterbij wilden bekijken.
Wat een takkenwerk voor die mensen; de hele dag in de brandende zon met de voeten in zeewater harken en scheppen. Wow..

Toch maar onderweg de weg gevraagd - al is dat eigenlijk niet heel nuttig. Maar deze man, in typische Indiase dracht en houding (omslagdoek en dan een punt vasthouden) wist echt waar benzine getankt kon worden.

 

Koloniale weelde in Pondicherry

India is eeuwen koloniaal gebied geweest van verschillende landen. Engeland "bezat" het grootste deel, maar ook Nederland en Frankrijk hadden meerdere havensteden.
De Fransen hebben dat lang volgehouden. Toen de bevolking de Engelsen eruit kiepten, hielden een paar Franse enclaves het nog even vol.

Pomdicherry is zo'n Frans oord. Het is een stad aan zee met vele snippertjes Frans gebied eromheen.

In het westelijk deel van de stad, het oude Pondi, proef je overal de Franse sfeer. Er wordt stokbrood gegeten, de straatnamen zijn aangegeven in het Tamil Engel en Frans. En er staan prachtige koloniale gebouwen, met zuilengalerijen en vertrekken rond mooie binnentuinen. Als je de grote deur aan de straatkant doorgaat, stap je zo de Franse kolonie binnen.

In zo'n pand in Pondicherry hebben we laatste paar dagen verbleven. Wat een rust, ruimte, mooie inrichting en moois tot in de details.
En wat een geweldige ouderwetse bediening: als je trek had in koffie kwam er "spontaan" heerlijke koffie. En net voor je het te warm kreeg, zette een onzichtbare hand een antieke ventilator aan. Fan-tas-tisch!

Wat een heerlijke afsluiting van een mooie tweede India-vakantie!