zomervakantie 2010, Cuba


"Eindelijk" naar Cuba

De Cubaanse vlag Van 31 juli 2010 tot en met 19 augustus waren Wil en ik op Cuba. Daarmee ging een al lang bestaande reiswens van mij in vervulling.
Ik had een beetje het gevoel dat er wat tijdsdruk op stond om naar Cuba te gaan, omdat Fidel en zijn broer Raul al oude companeros zijn die het vast niet lang meer volhouden als revolutionaire leiders. En het zou, mede door de komst van toeristen, zomaar heel erg kunnen veranderen daar.
Dus z.s.m. naar Cuba!

De reis was niet verder vooraf vastgelegd dan plek van aankomst (Varadero en dan meteen door naar): Havanna. De plaats van vertrek terug was Holguin. In Havanna was hotel Telegrafo drie dagen gereserveerd en van daaruit lag Cuba voor ons open... Op de verlanglijst stonden overigens wel wat "verplichte nummers":
  • Havanna; koloniale gebouwen, oldtimers
  • Vinales voor het rural-tobacco-leven in het westen
  • Santa Clara, de stad waar Che Guevarra de gepantserde trein van dictator Batista te grazen nam
  • Trinidad, werelderfgoedstadje waar volgens de boeken de tijd een eeuw stil heeft gestaan
  • "ergens" wat strand, liefst met palmbomen en azuurblauw helder en warm water
  • "ergens" bergachtig terrein om wat te lopen
  • de hele tour: op zoek naar de populariteit van Fidel Castro en de revolutie
bij de foto: de Cubaanse vlag is gebaseerd op de staart van een vogel  

 

Oldtimers

Die oldtmers zijn er echt en niet zo weinig ook! Toen in 1959 de revolutie een eind maakte aan het door Amerika gesteunde regiem van Batista verdwenen de rijkaards snel uit Cuba. Hun auto's lieten ze achter.
En toen de Amerikaanse invasie in 1963 bij Pig Bay werd afgeslagen, na verdere nationalisaties en toen de VS haar boycot instelde, kwam er geen nieuwe auto Cuba meer binnen. Wat ik in de Cuba-vakantie op straat zag, waren een beperkte hoeveelheid nieuwere auto's, heel veel Lada's en nog veel meer olditimers van Amerikaanse makelij. Dodge, Ford, Mercurey, Cadillac, Buick en Pontiac, in verschillende staat, maar wel rijdend (eventueel met Lada-motor) !
De oldtimers geven Cuba een bijzondere sfeer. In het begin fotografeer je je suf, maar het went en na een week verbaas je je nog zelden, bijvoorbeeld als je nog oudere vehikels tegenkomt.

bij de foto: Oldtimers in wilde kleuren. Op de achtergrond zie je een koloniaal pand in verval - zo zie je er veel op Cuba.  

 

Fidel en Che

Che Guevarra wordt overal op het eiland geëerd. Als je naar Cuba gaat is Santa Clara bijna een verplichte halte. In Santa Clara sloeg het revolutionaire leger onder leiding van commandante Che Guevarra de troepen van Batista definitief knock-out.
Het leger van Batista stuurde om de revolutie te beteugelen een gepantserde, zwaar bewapende trein met soldaten en materialen naar het Oosten. Revolutionairen lieten de trein bij Santa Clara ontsporen en versloegen de troepen. Met de buitgemaakte wapens leek voor Batista de strijd verloren - hij koos eieren voor zijn geld en vluchtte naar de VS.

We bezochten de zorgvuldig bewaarde treinwagons op de plaats waar het allemaal gebeurde en gingen ook naar het monument voor Che Guevarra in Santa Clara. Zijn vele jaren na zijn dood in Bolivia ontdekte resten zijn naar het mausoleum onder het monument overgebracht.
Che wordt op heel Cuba vereerd als een grote held. Op muren, billboards, posters en zoals op de foto (metersgroot), wordt de legende levend gehouden.

bij de foto: Heel groot op het dak van dit gebouw, alweer een afbeelding van Che.  

 

De weg is weg!

Dramatisch slechte wegen!
Cuba gaat nog steeds gebukt onder de afschuwelijke boycot die de VS in 1963 instelde en in de tachtiger jaren verhevigde. Het is een geniepige boycot: wie zaken doet met Cuba, wordt in de VS geweerd.
De gevolgen van de boycot lees je af aan algemene schaarste van allerlei en tekorten van sommige producten in het bijzonder. Zo lijkt asfalt iets onmogelijks. Er worden wel wegen geasfalteerd, maar het merendeel van de wegen is erbarmelijk onderhouden.

Zo lazen we in de Lonely Planet wél dat de weg tussen Santa Clara en Trinidad maar af en toe open is, maar niet dat die allerbelabberdst was. Over de 35 km deden we uren, al slingerend rond diepe gaten, op zoek naar stukjes begaanbare weg.
Uiteindelijk reden we een velg stuk en liepen we een lekke band op door de harde klappers door de kuilen met scherpe randen!

bij de foto: Gaten en kuilen in het wegdek, soms helemaal geen wegdek (meer)!  

 

Stedenschoon


Cuba telde ooit een aanzienlijk aantal zeer welgestelden, die hun geld verdienden met allerlei handel en landbouwproducten als suiker en bananen. Aan de gebouwen in de steden, zie je dat er een periode is geweest van grote welvaart ... die echter voor de arbeiders niet weggelegd was.
Na de revolutie raakten veel van die koloniale gebouwen in verval. De bestemming veranderde van "eensgezins-paleis" tot woonkazerne, ziekenhuis of school. Dat, gecombineerd met de boycot-sores, deed de gebouwen geen goed.

Cuba is zich bewust van de historische waarde van de gebouwen, van steden vol gebouwen zelfs. Overal wordt gerestaureerd.
"Klaar" is bijvoorbeeld Trinidad. Dit stadje is tot en met de straten van zwerfkeien opgeknapt en staat op de Werelderfgoedlijst. Die Werelderfgoedlijst bevat meer (delen van) steden of gebouwen op Cuba, net als enkele natuurgebieden wereldfaam genieten.

bij de foto: hier zie je mij bij een prachtig gerestaureerd plein in Trinidad.  

 

Natuurschoon

Door het bijna tropische klimaat met hoge temperaturen en een hoge luchtvochtigheid, waan je je af en toe in oerwouden. We maakten verschillende wandelingen door prachtige natuur. Cuba is nog gezegend met onder meer oerbossen, ongerepte berggebieden, meerdere koraalriffen en uitgestrekte mangrovebossen.
De afstand die we bij wandelingen op Cuba af konden leggen, lijkt niet op wat we in Europa gewend zijn te doen. Dat heeft vast te maken met de pittige klimaatomstandigheden en onze keuze voor de maand augustus - in het regenseizoen met de hoogste temperaturen.
Bij een bushwalk naar schitterende watervallen 30 kilometer boven Trinidad (Topes de Collantes, drie linker-foto's) moest ik op de terugweg, weer uit het dal de heuvel op, echt om de paar minuten halt houden om bij te komen. Het was pakweg 40 graden en heel vochtig.
Gelukkig stroomde op verschillende plaatsen water, zodat ik me steeds wat kon opfrissen.

De plant met de rode bessen op de rechterfoto is koffie. Koffie groeit veelvuldig in het wild.  

 

(Openbaar) Vervoer 1

Op de foto zie je typisch Cubaanse bussen en de paarden-taxi. De bussen zijn oude vrachtwagens met een meestal overdekte bak. Eruit vallen of er stiekem inklauteren is niet mogelijk: er zijn kleine openingen met tralies.
Aan de achter- of de zijkant van de "bus" zit een trapje achter een deurtje. Zo klim je de bak in waar vrijwel geen banken aanwezig zijn - je staat in de bak.

Er zijn onvoldoende bussen op het eiland en ook weinig particuliere auto's, terwijl wel veel mensen willen reizen. Daarom zie je bij de in- en uitgangen van steden massale liftplekken, waar amarillo's bemiddelen tussen vraag en aanbod; ze houden particuliere en staatsauto's aan en plaatsen daar passagiers in. De soorten auto's herkennen ze aan de kleuren van de nummerborden.

 

(Openbaar) Vervoer 2

Naast de tientallen "vrachtautobussen" zagen we ook oude "gewone" bussen, waarvan de meeste overduidelijk uit Nederland afkomstig bleken. Daarnaast ook wel Franse (school-)bussen en bijvoorbeeld stadsbussen uit Barcelona.
Je herkent de afkomst van dergelijke bussen aan de belettering of de route-aanduiding. We zagen "extra dienst" en "buiten dienst", "groepsvervoer", maar ook veel plaatsnamen.

Een bijzondere verrassing was wel een bus onderweg naar Ede. De foto's die je ziet waren nog niet zo makkelijk gemaakt. Toen de bus ons tegemoet kwam, keerden we om en zetten de achtervolging in. Vervolgens haalden we de bus een paar keer in en zo kwam-ie op de foto.

De foto mailde ik vanuit een internetkantoor naar het thuisfront, inclusief de Edese collega's... die het een knap staaltje Photoshoppen vonden!

 

Een muzikale verrassing

Tot onze spijt was de draaiorgelfabriek in Holguin gesloten. Maar de huisbaas wist raad: in een schuurtje "om de hoek" stond een orgel uit die fabriek. Misschien ....
Ja dat kon! Het orgel werd gedemonstreerd en in no-time kwamen Cubanen een beetje meeswingen.

Tekst bij het Youtube-filmpje:
A Cuban mechanical music-organ in a shed on Mandulay-road in Holguin (Cuba).
The organ is just repaired and cleaned, ready to use in the Holguin Carnaval which starts on the 19th of August (2010).
In Holguín and Bayamo these organs are used on festivals, but you can see them also on a sundaymorning in Parque Céspedes in Holguín with people dancing around... if you're lucky and I wasn't.
This old fashioned organ is build in 2004 by the Fábrica de Órganos in Holguín (at the Carratera de Gibara).

 

 

Zomaar wat foto's

Links de ultieme Cuba-foto: strand, een azuurblauwe zee, een palmboom, een paard en een blauwe Amerikaanse slee. De foto kan zo in een reisgids!

 

Terugvliegen

Zoals je ziet vlogen we met ArkeFly, ons geadviseerd door het Haagse reisbureau.
Zo'n low budget vliegonderneming heeft ons nog niet eerder vervoerd. Wat een schraal gedoe zeg! Op een vliegreis van heen 9 uur en terug 13 uur met een transfertijd van ruim een uur, kregen we: twee kopjes koffie, twee glaasjes water, een viezig maaltijdje en een Wilhelmina-pepermuntje ter gelegenheid van het ArkeFly-lustrum. Op de terugweg was er nog een koekje.
Had je nog dorst of trek, dan kon er wat worden gekocht. Water kostte 2,50 euro en op het transfervliegveld in Mexico betaalde ik zelfs 3,50 euro voor een beetje water.
Aan boord kon je oordopjes kopen; er waren geen schermpjes in de stoelen voor je met tv- en film, maar je kon een animatiekastje huren voor 12 euro.

Op de terugweg klopte de vertrektijd van het vliegtuig niet met de tijd op onze boarding-passen (en het voucher). Daardoor stond het vliegtuig dat na een eerdere tussenstop op Cuba een paar honderd Nederlanders naar Mexico moest brengen pakweg een half uur op een paar reizigers te wachten... hoorden we nadat we kalmpjes aan naar het vliegtuig liepen.