Zomervakantie CHINA (juli-augustus 2007)


Een maand naar China!

 

Natuurlijk is Frankrijk mooi en leuk, maar altijd naar Savianges... Hm je wilt wel eens wat anders.
Doen we Cuba of China? Twee landen met grote veranderingen op til. Bijna de laatste kans om nog te zien "hoe het was".
Het werd China, misschien ook wel omdat daar veel steenhouwwerk dat Wil bedenkt vandaan komt en natuurlijk ook mijn mooie (maar gammele) Chang Jiang motorfiets die eind 2006 in z'n krat van de boot uit Shanghai kwam.

 

We vlogen op 16 juli 2007 met China-South naar Beijing (Peking) en gingen op 10 augustus met de KLM terug naar Amsterdam vanuit Shanghai.
Daar tussen zitten duizenden kilometers China, met lange treinreizen (foto) en binnenlandse vluchten.

Aan zelf rijden waagden we ons niet. Ik heb wel gedroomd van een motor kopen of huren (en liefst die na afloop in een doos naar Nederland sturen), maar dat is toch een enge onderneming. China is een heel ander land dan de VS of Australië waar zoiets wel te doen valt. Chinezen zijn gek op vergunninkjes met veel stempels en het bureaucratische gedoe is erg inefficiënt. Wij gingen naar China om wat anders te zien dan loketjes.

 

Een hele reis

Vooraf werd de reis stevig gepland. Er waren wat "vrije dagen", maar het merendeel van de activiteiten lag vast. Vooraf hadden we daar nog wat bedenkingen bij, maar eenmaal in China waren we blij zoveel vooruit geregeld te hebben. De taal vormt namelijk echt een enorme barrière. Je begrijpt geen hout van Chinees en er zijn maar heel weinig Chinezen die Engels (durven te) spreken.

Boven snelwegen zijn trouwens veel aanduidingen tweetalig; ook in het Engels. En toeristische highlights zijn regelmatig voorzien van vertaalde wetenswaardigheden. Dat vertalen vraagt nog wat oefening. Het aantal fouten in teksten is soms gigantisch. Kijk maar eens naar het bord op de foto...

We reisden op ons zelf, nou ja, met heel veel andere Chinezen - er zijn echt heel veel Chinezen en ook die rijk genoeg zijn om toerist te spelen.

 

Zo'n beetje alle hotspots...

We hebben ons op de reis voorbereid met een stapel folders van allerlei reisorganisaties. Zo kom je achter de bezienswaardigheden en leuke plekken.
Die zetten we in een schemaatje en dat hebben we voorgelegd aan Sjoerd van China-online uit Leiden. Zij kwamen met een aardige reis waar we nog in konden aanpassen en konden ontdoen van teveel luxe.
Zo verdwenen grote zakenhotels en kwamen de hutong-hotels. De kakkerlakken en de buikloop verhogen de sfeer van zo'n China-reis, schijnt het.

bij de foto: Een absolute must natuurlijk: De Chinese Muur. Wij liepen een stuk van een kilometer of tien, een onderneming van een dag. Je moet er eerst heen (4 uur in een taxibusje), dan naar een toegangspunt en dan die 10 kilometer lopen. En weer terug! Het was die dag bloedjeheet en de muur is een klim- en afdaalavontuur over grote treden en rotsblokken. We waren dan, eenmaal terug in Beijing, ook bek-af!  

 

Het reisschema op hoofdlijnen

We zijn begonnen in Beijing (Peking) en hadden daar beschikking over een privé-gids en een privé-chauffeur - wat een luxe zeg! In Beijing deden we de Verboden Stad, een Kung Fu-show, het Plein van de Hemelse Vrede, de Temple of Heaven en veel, veel stadwandelingen. Vanuit Beijing bezochten we ook de Muur.
Van Beijing gingen we per trein naar Xi-An (Terracotta Army -zie foto), daarna naar Lijang in het zuiden-midden van China. Vanuit Lijang een uitstapje naar de Tiger Leaping Gorge (een kloofhike) met een overnachting in de Halfway Lodge.
Daarna was het Dali, aan de voet van de Tibetaanse bergen en het erg toeristische Yangshuo.
Vervolgens Ping-An, een rijstvelden-dorpje in de bergen wat oostelijker, daarna via Shanghai naar Suzhou en weer, maar wat langer naar Shanghai.

bij de foto: Een absolute must natuurlijk: Het terracotta-leger in Xi-an. Xi-An was de tweede stad die we bezochten, na Beijing. Het Terracotta-leger bestaat uit duizenden levensgrote kleisoldaten en paarden. Ze zijn gemaakt voor het pas in de zeventiger jaren ontdekte graf van een wrede keizer. In grote hallen drommen mensen tezaam om naar de opgravingen te kijken.  

 

Lijang

 

Tot voor enkele jaren sliep Lijang. Het was een bijna verlaten waterrijk plattelandsstadje waar niemand kwam.

Zoals alles in China gepland wordt, is voor Lijang "toerisme" gepland. Dat is een groot succes geworden. Het "lampionnendorp" is vergeven van de (vooral Chinese) toeristen die luidkeels genieten van hun cultuur. Bijzonder om er te zijn. Even slikken voordat het echt leuk is.
Toch waren we niet negatief over het verblijf. Het dorpje is namelijk echt aardig gebouwd met al die bruggetjes en kleine lage huisjes en er is ook veel te doen en te zien. Lijang is een smeltkroes van culturen en de zichtbare verschijning daarvan zijn de mensen in klederdracht die voor de toeristen kunstjes doen, zoals volksdansen en nijverheden.

 

Dali

In Dali hadden we veruit het mooiste hotel van de hele reis: Jims Tibetan Hotel.
Je slaapt in China vooral in staatshotels die erg op elkaar lijken. Er staan dezelfde bedden, hetzelfde nachtkastje en lamp en wat ze gemeen hebben is dat er van alles kapot is of nooit gewerkt kan hebben.
De particuliere hotels, voorzien van een vergunningsschildje voor buitenlanders, lopen meer uiteen, ook de kwaliteit. Zo was in Ping-An echt alles kapot en holden de kakkerlakken door de kamer, terwijl Jims Tibetan Hotel in Dali heel was en schoon, ruim en prachtig. Met een fijne service, lekker ontbijt en internet.

Het hotel werd beschermd tegen boze invloeden volgens Tibetaanse tradities. Op het dak hingen yak-botten en waakten stenen katten. (foto)

In Dali was het gebruikelijke te beleven: wat pagodes, armoede-wijkjes met straatleven op handel en survival gebaseerd, fietsverhuur. Maar er was ook een meer waar je met een toeristenboot over kon. Wij prefereerden een lokale vissersboot, wat volgens de borden beslist niet mocht. Toen we eindelijk visser met boot hadden gevonden die ons wilde overzetten, stond in no-time de watergestapo op de kant. Het feest ging niet door...

bij de tweede foto: Een leuke fietstocht in de omgeving van Dali. We fietsten naar een Baisha-dorpje, met huizen van stenen van gedroogde koeienpoep. Een dorpje van niks, maar wel met een top-attractie. De in China beroemde dokter Wu heeft er zijn kruidenhandeltje en geneest alle kwalen, tot leukemie toe - wordt beweerd. Dr Wu zelf zegt dat niet, maar geniet van de aandacht in zijn gribushuisje.

 

Dierenvrienden (?)

Chinezen zijn niet aardig voor dieren. Op de foto links zie je een mannetje zijn waterbuffel een bad laten nemen. Dat oogt nog wel lief, maar met het grootste gemak koeioneert hij de buffel volgens traditie op een manier die je je niet kan voorstellen.

Ik las ergens: Chinezen eten alles wat poten heeft (behalve een tafel) en vliegt (behalve een vliegtuig).
Dus zie je overal dieren in kleine hokjes hun ellendige dood afwachten. Slangen in kooitjes, veel schildpadden en vissen in een teil, sprinkhanen, maden, wormen en honden, ja volop honden - een delicatesse.
Op een markt kun je het levende vlees aanwijzen dat bij gebrek aan koeling de dood afwacht; kippen met z'n allen in een hokje, eenden in een bosje met de poten aan elkaar, ganzen in een plastic zak met hun kop eruit. Het vlees wordt ter plekke geslacht voor de kopers. Echt een beestachtige kwelling.

 

Yangshuo

Yangshuo ligt in een karstbergengebied. Dat zijn malle lukraak in het landschap neergemikte losstaande heuvels. In het landschap bij Yangshuo stromen de Li-rivier en de Yulin-rivier. Yangshuo ligt daar zo'n beetje tussenin.
Het landschap is betoverend mooi. In het water weerspiegelen de (karst)bergen, en aan weerszijden van de rivier liggen rijstvelden. Je ziet buffels baden en mensen aan het werk op de velden. Prachtig!

 

In ons programma was een "rivier-cruise" van een halve dag opgenomen, die volgens de website van china-online een ongelooflijke ervaring zou zijn: "voor veel mensen is deze cruise het hoogtepunt van hun reis...". De verwachtingen waren daarom (te) hoog gespannen. De halve dag bleek een taxibusreisje met veel oponthoud, lang wachten bij een boot en een tochtje van iets meer dan een uur te bevatten. De boot was een motording met glas (warm!) dat maar gedeeltelijk open kon. Een miskleun, china-online!De volgende dag liepen we uren door de rijstvelden langs de Yulin-rivier en charterden we een bamboe-vlot om ons terug te bomen (foto). Dat maakte alles goed. Zó kon het ook. Wat een feest om je terug te laten bomen over de stille rivier met verschillende watervalletjes!

 

Ping-An

Naar Ping An werden we per taxi vervoerd. Super luxe hoor, uren in een taxi. Tenslotte moest er gelopen worden, want het dorpje in de heuvels is per auto of fiets niet te bereiken. Aan het begin van het pad kon je een draagstoel huren of iemand met je bagage opzadelen. Ze vertellen dan dat de tocht ene keer zo lang duurt als in werkelijkheid en vragen drie keer het uiteindelijke tarief - zo gaat dat in China. Wij liepen het kwartiertje en namen onze rugzakjes zelf mee.
Het hotel was een soort paalhuis dat met andere paalhuizen midden tussen de rijstterrassen lag. Werkelijk schitterend.

Op dag twee kozen we voor de "long walk" door de heuvels, waar rijstboertjes zich zes dagen van twaalf uur week-in-week-uit het apelazerus werken. Daarmee verdienen ze 20 euro per maand. De afstand viel mee. Na de Chinese Wall (10 kilometer klimmen en dalen) en de Tiger Leaping Gorge (twee dagen van 15 km) waren we wel wat gewend.

 

Suzhou

Alweer een Venetië van het Oosten. Wel, Suzhou heeft inderdaad veel kanaaltjes en bruggetjes, maar het vervoer gebeurt er niet allemaal over het water zoals de folders je willen laten geloven. Naast de kanalen lopen gewoon aardige weggetjes.
Suzhou wordt ook een toeristenoord. Het was er nóg vrij rustig, maar de binnenstad wordt in rap tempo opgenknapt. Dat wil zeggen: bewoners wegjagen en de boel opleuken door het pittoreske te accentueren en de ergste krotjes af te breken.

Suzhou is bekend vanwege zijn tuinen. Dat zijn er een stuk of zes, waarvan de "Nederige Dienaar" de grootste en beroemdste is. We bezochten die tuin om een uur of negen 's ochtends. Het was er toen al vergeven van de Chinezen. Je kon over de koppen lopen!
Daarom stonden we de volgende dag bij tuin-2 in de rij voor de kassa vóór openingstijd. Ons vroege opstaan werd beloond met een tiental minuten rust in de tuin - daarna kwamen ze weer: de gidsen met hun vlaggetjes en megafoons, de drommen bezoekers, de herrie, herrie, herrie.

bij de foto: Wonderlijke ijsjes kon je kopen. Ik at een mais-ijsje en hier zie je me met een dopperwten-ijsje. Best lekker trouwens!

 

Shanghai

Shanghai is de grootste stad van China en net als Hong Kong en Macau een westerse handelsstad geweest. In Shanghai vind je nog een Franse stadsdeel met gebouwen met Franse namen. Er is zelfs een Bourgondische wijk.
Net als in andere grote steden zijn er grote tegenstellingen tussen arm en rijk. In de krottenwijkjes hebben mensen geen toilet, geen water, geen schoorsteen (voor hun brikettenformuisje) en leven ze in krakkemikkige eenkamerwoninkjes. Een paar stappen verderop staat een wolkenkrabber naast een winkelcentrum met allerlei luxe waar een kop koffie 60 Yuan kost - daar moet een vuilnisman 50 uur voor werken...

In Shanghai kreeg ik genoeg van China. Van het grote onrecht, dat een aanzienlijke groep rijkaards een andere groep arme donders aandoet.
Het is natuurlijk leuk, je in een fietstaxi te laten vervoeren. Maar de fietser trapt zich in de tropische hitte (het was 35 graden) helemaal gek en verdient met zijn uur ploeteren een euro - nog veel als je het vergelijkt met het boertje of de vuilnisman. Maar het steeds moeten onderhandelen over de prijs (lees: afpersen) en daarna iemand aan die prijs houden (ze proberen je een poot uit te trekken - nou ja, wat heet), dat gaat tegenstaan.
En wie "gun" je het uurtje fietsen dan? Die jonge vent (doet het in een uur) of die ouwe sloeber die niemand kiest en die je de fietsellende eigenlijk niet aan wilt doen?
Of gaan we met de auto-taxi om deze gewetensvragen wat te ontlopen?

China was mooi, maar is vermoeiend. Vooral voor je hoofd.

 

 

bij de foto: SSSSsssnelllll terug naar huis; de Maglev-trein tussen Shanghai en Pudong-airport haalt 430 km/u!