Socialisme

Socialisme


1979, Oost Duitsland

In 1979 bezocht ik (voor het eerst) een "Oostblok-land": de DDR. Het werd een openbaring voor me.
In tegenstelling tot wat hier werd beweerd, wilden helemaal niet alle mensen daar weg en waren ze niet ongelukkig. Zeker, er reden nog volop stoomtreinen en er lag veel minder dan in het Westen in de winkels, er reden relatief weinig auto's en dan veel tweetakters, maar het was geen onderontwikkeld land met onderdrukte mensen.

Wat me opviel waren de uitzonderlijk lage prijzen van studiemateriaal, zoals schriften, boeken, gradenboog en passer. Ik hoorde dat wie goed genoeg was gratis mocht studeren en dat in elk geval niet werd opgeleid voor beroepen waar geen werk in te vinden was.
De DDR investeerde flink in kennis en wilde van de hoogopleiden "oogsten" - daarom was het niet de bedoeling dat ze naar het Westen afreisden om daar financieel binnen te lopen. Hun studie en inproductiviteit was immers betaald door de arbeiders en die hadden recht op vruchten van het werk van hen die zij onderhouden hadden en laten studeren. Heel plausibel.

Ook het openbaar vervoer was uitstekend geregeld. Treinen, harmonicabussen (had ik nooit eerder gezien) en in Berlijn een uitstekend metronet. Wat bijzonder was, was de flexiglazen gelddoos bij de metro. Je gooide daar enigszins zichtbaar geld in en pakte een kaartje. Natuurlijk was het gemakkelijk te weinig geld in de bak te gooien en zo de boel te belazeren - een zuinige Hollander zou dat zeker doen en gniffelend goedkoper reizen.
Maar minder of niks inwerpen mócht. En stond op een bordje, dat als je het kaartje niet kon betalen, je het zo mocht pakken.
Overigens begreep ik dat je flink op je huid kreeg als je zonder kaartje in de metro zat en dat was dan een beetje gek. Waar was dat kaartje eigenlijk voor als het je vrij stond het te pakken? Zulke dingen snap ik nog steeds niet helemaal. Maar het idee dat je vertrouwd wordt, verantwoordelijkheid krijgt en support als het even niet lukt, dat blijft fantastisch.

In de cafés in Leipzig waren jongeren praatgraag en zij bleken uitstekend geïnformeerd over de wereldpolitiek. Verscheidene leeftijdgenoten waren FDJ (Ef-Dee-Jot)-lid en zij lazen Rote Fahne en hun FDJ-blad. Ik las die bladen 's door en heel wat lampjes gingen aan.

Zo bleek vrouwenemancipatie in het Oosten veel nadrukkelijker te spelen en verder ontwikkeld te zijn. Geen mens betwistte in de DDR het recht van vrouwen om te werken en gelijke beloning was vanzelfsprekend. En baas in eigen buik was evenzeer heel normaal.

Zo vernam ik de werkelijkheid over Vietnam. Over de moeilijke en ongelijke strijd van het Vietnamese volk om de bezettende Amerikanen die de Franse kolonialisten opvolgden eruit te gooien. Volkomen terecht - wegwezen daar.
Ik las wat later iedereen in het Westen hoorde: over de gruwelen die de VS aanrichtte met napalm en hoe dat geheel in lijn lag met het kolonialistische gedrag van Westerse staten in Afrika, Zuid-Amerika, het Midden Oosten, Oceanië en Azië. Hoe kolonialisme alleen maar analfabetisme, slavernij en uitbuiting had opgeleverd. Hoe het uitroeien van de Maya's hetzelfde was als het uitroeien van Indianen, Aboriginals, en het verdelgen van de bewoners van Bikini, waar de VS bij wijze van proef een kernbom opgooide.

Hieronder de openingsbladzijde uit het boekje over militaire chemie dat ik in de DDR kocht. Er staat vrij gedetailleerd in hoe ingewikkeld oorlogstuig werkt, het springstofdeel en het NBC-deel. In het Oostblok kostte bewapening veel geld dat er te weinig was en niemand werd rijk van de wapenwedloop zoals in het Westen.
De Westerse politiek wordt openlijk en in het geniep gesponsord door de wapenindustrie. Denk aan de steekpenningen die prins Bernhard aannam van vliegtuigfabrikant Lockheed - de belangen liggen in het kapitalistische Westen anders.
Volgens het boek wil de socialistische maatschappij wetenschap vooral inzetten voor nuttige zaken voor mensen, waarbij het in het Westen vooral gaat om geldverdienen, het dondert niet waarmee.
Ook daar kun je genuanceerder naar kijken, maar voor mij, opgegroeid met de Telegraaf van mijn vader, vormde zich een compleet bijgesteld wereldbeeld.

Er waren verkiezingen in Oost-Duitsland. Het Nationaal Front was zeer actief.
"Liefde voor ons prachtige socialistische vaderland" - Mooi, maar een zwakheidje was de parlementaire onvrijheid. Ik hoorde wel anti-Honecker-geleuiden, maar niet openlijk. Inderdaad was er schroom om anders dan heimelijk kritiek uit te oefenen op de hooggeachte staatsleiding. Helemaal raad wist ik daar toen niet mee en na de val van de muur heb ik me dikwijls afgevraagd wat me ontgaan is.

Toch waren de zaken waarover ik enthousiast was, zoals gratis goed onderwijs, goedkope studiematerialen, goede gelijke gezondheidszorg voor iedereen, prima openbaar vervoer, emancipatie, pluriforme samenleving, werk voor iedereen, support voor zwakkeren en het wereldbeeld helemaal niet verkeerd - daar zou ik graag veel van terugzien in het Westen van nu.