Oma Klosse.

Oma Klosse; En hoe het verder ging


Mijn oma, de moeder van mijn moeder, schreef voor haar kinderen, klein- en achterkleinkinderen in 1983 een boekje over haar jeugd.
In 1987, ze werd toen 80 jaar, volgde een tweede boekje. Ik kreeg natuurlijk ook zo'n boekje.

Het opnemen van de levensgeschiedenis van oma op mijn webstek beschouw ik als een eerbetoon aan haar. Bovendien kun je mij beter leren kennen door kennis te kunnen nemen van mijn roots.

Het boekje heeft, in digitale vorm, jaren op mijn webstek gestaan, tot plezier van lezers die ongetwijfeld constateerden dat mijn oma een lief mens was met "veel ruimte in haar hart en hoofd", die gezelligheid bracht en zich niet geneerde voor haar levensloop.

Ik zie veel dingen die ik zo bewonder in oma, na het lezen van haar verhaal en dat van mijn eigen beleveningen ernaast, terug in mijn moeder. Daarbij ook "ruimte in hart en hoofd". Ik bedoel daarmee: openstaan voor wat anders dan gewoon is, eerst zelf waarnemen en dan pas voorzichtig en mild oordelen, mensen een volgende kans geven. Ik hoop dat dt stukje oma ook weer op mij is overgedragen.

Rond de jaarwisseling 2007-2008 hoorde ik van mijn ouders dat een tante bezwaren had tegen passages op mijn site en wilde dat ik zaken weghaalde. Omdat ik niet hou van dit soort indirecte acties over de rug van mijn ouders, zei ik dat die tante zelf maar contact mij mij op moest nemen om uit te leggen wat ze bedoelde. Dat gebeurde met een mailtje op 6 maart 2008.

Hoewel ik haar motivatie weinig overtuigend vind en daar nadere toelichting op wil, zet ik in het tweede boekje toch stukjes "op zwart" waar het over nog levende personen gaat.
Ik doe dat vooral om mijn ouders van druk uit de familie te vrijwaren.

Wat je dus nu van het tweede boekje op mijn webstek (slechts) kan lezen, is het stuk waar het echt alleen over mijn geliefde opa en oma gaat.
De rest komt te zijner tijd weer terug.

 


 

En hoe het verder ging (tijdelijk ingekorte versie)

In deeltje n van mijn verhaal over mijn leven, heb ik jullie verteld hoe het zo'n beetje is toegegaan in mijn jeugd tot ongeveer mijn achttiende jaar. Nu zal ik proberen een beeld te geven van de jaren daarna.

Toen ik papa ontmoette, werd hij al gauw mijn vaste vriend en daarmee veranderde eigenlijk mijn leven. Mijn ouders vonden me te jong om al vaste verkering te hebben, bovendien waren ze in het begin er niet erg van overtuigd dat ik de juiste keuze had gemaakt. Papa kwam ook uit een gezin van acht kinderen.

De Klosses hadden een boerderij en bakkerij aan Sluis 3, ongeveer 10 km verderop langs de Dedemsvaart. Later is dat een caf geworden en vertrok de familie naar een nieuw gebouwde boerderij met veel land. Papa moest,zoals dat toen gebruikelijk was thuis werken op de boerderij en de bakkerij, maar vond dat vreselijk.

Hij was dan ook blij toen hij in militaire dienst moest. Het was echt geen gezicht papa in dat apepak, maar ik vond hem zo lief.
Het soldatenleven duurde maar heel kort omdat iemand in de gaten kreeg, dat een oudere broer ook al in dienst was geweest. Dat betekende een mogelijke vrijstelling, hetgeen vader Klosse met de burgemeester snel regelde. Hij kon papa immers goed gebruiken.
Papa moest ondermeer brood rondbrengen. Dat deed hij 's morgens, de rest van de dag hielp hij de smid van het dorp, die elektrische voorzieningen begon aan te leggen, iets nieuws voor die tijd.

Alles wat met techniek te maken had vond papa geweldig interessant, maar zijn ouders niet. Hij werd 's morgens met de fiets, waarop een grote broodmand, eerst naar de burgemeester, de notaris en de dominee gestuurd. Dagelijks een schone jas en inspectie: zijn de schoenen wel gepoetst en de haren gekamd enz.

De eerste auto's kwamen. De smid van het dorp "Boers" begon een taxidienst. Zo leerde papa autorijden en onderhouden en maakte ook kennis met mijnheer Rijkmans die een garage in Meppel had. Deze zag wat in papa en bood hem een baan aan in zijn garage. Dat vond papa natuurlijk prima, maar toen hij daarmee thuis kwam, was het niet best.
Maar na een paar weken lukte het toch: hij mocht naar Meppel, naar garage Rijkmans om een vak te leren.
De oudste broer Gerrit ging trouwen, kwam in de bakkerij en de winkel, de ouders gingen naar de nieuwe boerderij en mijn vriend was vrij.

Ondertussen werkte ik nog steeds bij mijn broer Hendrik in het caf aan de Lichtmis en dat beviel me best, vooral ook omdat papa iedere dag van zijn huis naar Meppel fietste, zeg maar 20 km, en dan de Lichtmis passeerde. Zodoende zagen wij elkaar heel vaak. Niet iedere dag, want hij moest vaak met Rijkmans mee naar Antwerpen, waar de nieuwe auto's gehaald werden.
Eenmaal in de week gingen papa en ik samen naar dansles in den Hulst. Dat vonden wij allebei fijn en we konden het ook wel goed.

Bij broer Hendrik in het caf werd het steeds drukker. Er waren inmiddels twee kinderen en begin januari '28 zei mijn moeder tegen me: nu moet je maar eens ruilen met je zus Wim, want die moest toch ook eens de deur uit. Het vooruitzicht te moeten werken op de boerderij (Rollecate) vond ik maar niks. Daar kwam bij dat ik in verwachting bleek te zijn en dat moest ik natuurlijk wel zeggen.
Mijn moeder vond het heel erg want die had zich er op verheugd gezellig samen te kunnen werken. Ik was toen 21 jaar.

Wij trouwden op 31 mei 1928, het was een stralende dag! We gingen wonen aan de Lichtmis.lk kreeg duizend gulden van mijn ouders en kon daar een slaapkamer en een keukenuitzet van kopen en hield er nog wat van over!
Het linnengoed kreeg ik van huis mee en papa zat ook goed in de kleren; hij kreeg een kast en eenpersoons bed mee. Wat waren we gelukkig met ons beiden.
Papa werkte nog steeds bij garage Rijkmans en kon gelukkig de kost verdienen. En van de eerste auto's die hij verkocht was aan mijn vader. Veel auto's kon Rij niet verkopen, want er waren maar weinig mensent die zich in die tijd een auto konden veroorloven.

 

OMMEN

In die zomer van 1928 konden wij plotseling een expeditiebedrijf overnemen. Dat leek ons wel wat en met zeshonderd" gulden geleend geld kochten wij het en gingen in Ommen Wonen en werken. Het werd hard, heel hard werken. Vooruit, achteruit, vallen en weer opstaan. We woonden in een klein huisje, dat behoorde aan de kerk. Het had een kamer en twee bedsteden, een klein hokje achter de kamer en een ladder naar de zolder. (Heel griezelig, die zolder.) Wij moesten ons behelpen met een petroleumlamp. Er was nog geen elektriciteit in dat huisje en ook geen water. Ik moest dat halen bij een pomp op straat. Als het donker was ging ik daar water halen en vulde alles waar maar water in kon.
Inmiddels moest ik mij voorbereiden op de komende bevalling. In de woonkamer hadden wij een bed gezet en daar werd Annie geboren op 15 oktober.
Papa reed dagelijks met zijn vrachtauto naar Zwolle. Bovendien kreeg hij de bezorgdienst van de Spoorwegen erbij. Daarvoor droeg hij een mooie pet met A.T.O. erop.

 

HIER ONTBREEKT TIJDELIJK EEN DEEL

 

 

HET ONGELUK

Op een koude decembermorgen in 1929, het was heel mistig, ging papa met de beide veehandelaren met een volle wagen vee naar de markt.
Het was zo mistig, dat er bij de onbewaakte spoorwegovergang voor Zwolle lang werd geaarzeld. Van der Hoek legde tenslotte zijn oor op de rails om te horen of er een trein aan kwam. Toen hij het sein veilig gaf, reed de wagen op en werd even daarna gegrepen door de aanstormende trein, die de nieuwe Chevrolet vermorzelde.

De Haas, zittende naast papa in de cabine, was op slag dood en papa kreeg een vreslijke hoofdwond. Het meeste vee was dood.
In Ommen werd direct al verteld dat papa en de Haas waren omgekomen. Ik hoorde van het ongeluk door de komst van de dominee, die nogal vaag was over de gevolgen van de ramp.
Het was allemaal zo verward dat ik er van overtuigd was, dat papa dood was en niemand meer geloofde tot ik hem, met zijn hoofd in verband aan zag komen lopen.

Financieel kwamen wij er slecht van af. Wij waren geen partij voor de machtige N.S. De zaak kwam voor het gerecht en er was een boer die getuigde dat de trein geen signaal had gegeven voor de overweg.
Helaas kon dat niet bewezen worden en papa kreeg nog een boete van FL O.50 voor het beschadigen van de locomotief. Geld voor een advocaat hadden we niet en we waren alleen tegen brand verzekerd.
Een periode van grote armoede brak aan. 's Zaterdags boodschappen doen, werd een groot probleem. Ik kocht de suiker per ons, ondanks alles zorgde ik ervoor dat papa wekelijks een pakje van 10 sigaretten kreeg. Maar wij begrepen elkaar zo goed en de zondag was altijd een goede dag.

 

HIER ONTBREEKT TIJDELIJK EEN DEEL

 

 

HIER ONTBREEKT TIJDELIJK EEN DEEL

 

 

HIER ONTBREEKT TIJDELIJK EEN DEEL

 

In 1939 werd er weer verhuisd. Tijdens de mobilisatie lukte het ons om de in een advertentie aangeboden baan van concierge van de Groenteveiling te bemachtigen. Die veiling lag op enkele minuten afstand van ons huis. Papa behield zijn vrachtdienst op Ommen en ik nam met behulp van een nichtje, Stien was het, het koffiehuis voor mijn rekening.
Wij woonden weer lekker ruim. Papa kon zijn vrachtwagen weer bij huis stallen en de kinderen hadden opnieuw,een prachtig speelterrein.
In dat grote gezellige huis, een zoete inval voor zovelen, ...

 

HIER ONTBREEKT TIJDELIJK EEN DEEL

 

Omstreeks 1942 "leenden" de Duitsers onze vrachtauto en papa was zijn broodwinning kwijt, want van terug brengen hadden de Duitsers nog nooit gehoord!! Ondanks de verminderde inkomsten was er altijd genoeg te eten. Voor ons was er groente en fruit in overvloed en tussen Zwolle en Ommen had papa zoveel relaties, dat hij bij veel boeren terecht kon voor melk, eieren, tarwe en rogge. Gelukkig kon papa zelf steeds aan de Duitsers ontkomen. Zo met de smoes, dat hij bij de voedselvoorziening werkte en ook al eens omdat hij bij de vrijwillige brandweer was, wat nog waar was ook.
Fietsend, op weg naar Staphorst, echter kroop hij door het oog van de naald. Er was daar een aanslag gepleegd, papa werd aangehouden, kreeg een revolver tegen z'n hoofd en moest de Duitsers de weg wijzen naar de plek van de schietpartij, waar hij werd ondervraagd of hij iets gezien had onderweg. Hij wist na de ondervraging te ontkomen en bracht een nacht in een hooiberg door.
In de woelige dagen van september '44, wij dachten dat de oorlog ten einde liep, stierf mijn moeder. In die zelfde tijd werden mijn broer Hendrik en zwager Bertus (met hen 18 Staphorsters) van bed gelicht door de Duitsers. Via een kort verblijf in het kamp Amersfoort werden ze naar het concentratiekamp Neuengamme bij Hamburg gebracht en daar vermoord.

Het wonen aan de spoorlijn werd steeds gevaarlijker. Ons huis was nog wel niet geraakt bij de beschieting en op de treinen maar veiligheidshalve

 

HIER ONTBREEKT TIJDELIJK EEN DEEL

 

Papa en ik moesten wel in Zwolle blijven, want we hadden de zorg voor twee onderduikers. Die mannen waren tijdens een transport van het beruchte kamp in Amersfoort naar Duitsland ontsnapt. Zij klopten bij ons aan om zich te verbergen. Vanaf dat moment waren ze van ons afhankelijk.
Eens tijdens onze afwezigheid werd het huis overhoop gehaald. De onderduikers konden zich verstoppen. Wel was papa al zijn kleren kwijt en verder misten we linnengoed en de zelf verbouwde tabak, die op de zolder te drogen hing. Van de ondergrondse kregen we gelukkig weer wat ondergoed toegestopt.
In de hongerwinter 44-45 kwam er in Staphorst bericht dat mijn broer Hendrik in Neuengamme overleden was.
Bertus overleefde de bevrijding van het kamp, maar stierf tijdens het vervoer naar de vrijheid. Uiteindelijk kwam niemand van de weggevoerde Staphorsters terug.
Toen de Duitsers n (!) dag voor de Bevrijding Hotel Waanders in brand schoten, was schoonzus Aaltje niet alleen haar man maar ook nog huis, zaak en goed kwijt.

DE TIJD NA DE OORLOG

Hoewel heel Nederland pas vrij was op 5 mei 1945, waren we in Zwolle en omgeving half april bevrijd. Al was de voedselvoorziening nog een probleem en liepen we nog in oude, veel gedragen kleding rond, overal brandde het licht weer. En overal in de stad was het feest.
Veelal zomaar op straat. In alle huizen vonden de Canadese en Engelse bevrijders een warm onthaal.
Tijdens die bevrijdingsroes ontstond er al gauw een bloeiende buurtvereniging vanuit de bewoners van de Deventerstraatweg. Alle feestavonden waren bij ons in de zaal.
Eens was er een bal, waarop je er Frans uit moest zien. De mannen een pet op en evenals de vrouwen een rode das of sjaal. In ieder geval moest je er "anders" uitzien. Dat was niets voor papa; die vond een pet meer dan genoeg.
Op de foto zie je een man in een gestreept jasje, concentratiekampkleding!
Het was Willem Beyer,vriend en overbuurman. Hij kwam wel terug uit Neuengamme. Destijds opgepakt wegens het hulp bieden aan Joden. Bijna onherkenbaar kwam hij terug, heel mager en ondervoed.Maar hij kwam tenminste terug! Ik vond het vreselijk dat hij die avond dat pak aan had.

 

HIER ONTBREEKT TIJDELIJK EEN DEEL

 

Het was onmogelijk voor papa om zijn bedrijf opnieuw te starten en zo aanvaardde hij het aanbod nachtportier van Hotel van Gijtenbeek te worden. Zo werkte hij daar iedere avond en nacht, behalve 's zondags. Van 8 uur 's avonds tot 7 uur 's ochtends. Moeilijk was het voor hem iedere avond als het thuis rustig geworden was en we gezellig onderons waren, om dan van huis te gaan. Maar het werk vond hij erg fijn en eerlijk, betrouwbaar en goed mens als hij was, werd hij ook zeer gewaardeerd door directie, collega's en gasten.
De jaren aan de Deventerstraatweg waren de beste jaren van mijn leven.

Veel is er gelachen, druk was het altijd. Ook 's zondags, de zaal was dan gesloten, vrienden en vriendinnen, verloofd of getrouwd, alles kwam en bleef bij ons.
Vaak zaten we met 15 mensen aan tafel; we aten dan altijd in de zaal.

 

HIER ONTBREEKT TIJDELIJK EEN DEEL

 

 

HIER ONTBREEKT TIJDELIJK EEN DEEL

 

 

De 12 jaren alleen ben ik, ook dankzij jullie allen, goed doorgekomen.
Na zo'n verlies leef je eerst in een roes van ontkennen en niet begrijpen.
Dan besef je dat je wel verder moet en ontdek je, dat je kinderen k veel verloren hebben en jou nodig hebben.

Tot slot lieve kinderen, klein-en achterkleinkinderen is dit het einde van het 2e boekje. Ik hoop, dat jullie nu nog beter begrijpen, dat er ook liefde kan zijn zonder geld.
DANKEN doe ik jullie met heel mijn hart voor alle liefde en trouw die jullie mij hebt gegeven.
80 jaar ben ik nu en terugkijkend op mijn leven weet ik dat het goed was.
Een geluk dat niet ieder is gegeven.
Nogmaals dank!

We zullen hopen dat we met elkaar nog jaren onze familiedag mogen beleven.

 

Apeldoorn, juni 1987
Jantina Klosse-Waanders

 

Naar oma's eerste boekje

Naar In Memoriam Oma Klosse

Naar Levensloop (Bart)