Kleerkast

Kennismaking - Kleerkast


Kleerkast

Dit is mijn linnenkast.

Die staat op mijn slaapkamer in huize-P.
Over die kast: ik kocht 'm wel 20 jaar geleden van vriend Hans die 'm geloof ik zelf had geloogd. Helaas pastte de kast niet op de Dodewaardse slaapkamer en zo nam de kast enkele jaren in onderdelen ruimte in de garage in. Na de (zoveelste) verbouwing, een punt op het "platte deel", was het huis af, maar paste de kast nog steeds niet!

Pas op de Singel in Dordt kon hij in elkaar, maar houtwurmpjes hadden toen al een aanzienlijk deel van de kast al op. Eenmaal in Breda heb ik de kast royaal met houtwurmpjesgif doordrenkt. Ik vermoed (hoop) dat ze allen zijn heengegaan. Met wat rest van de kast kan ik goed toe.

In de linnenkast zit weinig linnen. Vooral (katoenen) kleding bevat de kast.
Kijk je mee?

Linkerdeel
De linkerkant van de kast bereik je door eerst de rechterdeur te openen, dan een haakje los te maken en dan de linkerdeur te openen. Je begrijpt dat er spul ligt dat ik niet elke dag gebruik.
Linksboven liggen mijn fleeces en truien. Die fleeces draag ik regelmatig; het zijn vooral vesten.
Ik kan me niet herinneren wanneer ik voor het laatst een wollen trui droeg. Naast wat er in deze kast zit, staat ergens nog een doos met handgebreide wollen truien en vesten zorgvuldig in plastic met mottenballen.
Alleen al om het werk dat verschillende handen daarmee hebben gehad doe ik ze niet weg. Bovendien trek ik misschien ooit in mediterrane winterlandschappen die truien 's aan.

Een plank lager liggen allerlei "herfsttruitjes", een paar van fleece. Heb ik ook nooit aan - ik zou niet weten in wat voor omstandigheid. Een fleecevest kan open en dicht en uit - veel fijner.

Je ziet ook enkele Palestina-sjawls. Ik heb twee verschillende zwarte en een rode. In de winter doe ik ze -buiten het werk- vaak om. Ik vind ze wel handig, ze zijn lekker groot, maar ook beschouw ik het dragen van een zwarte Palestina-sjawl als een klein teken van verbondenheid met een verdreven en onderdrukt volk.
Een solidariteits-sjawl dus.

Niet zo'n spannende plank in de kast. Handdoeken, hele stapels en deze gebruik ik eigenlijk niet; mijn vier favoriete handdoeken liggen in een kastje in de badkamer.
Helemaal achterin liggen wat pyama's van heeeel vroeger. Ik slaap al jaren zonder.

Ik heb een stuk of vijf korte broeken. Van oversized tot lekker shabby. De fijnste (bruine) zit eigenlijk te strak. Hij is fijn vanwege veel goed sluitbare zakken, waar je in verre landen pas en poen goed op kan bergen.
Ik heb ook een stel hemdjes en t-shirts zonder mouw. Vooral de zwarte Australische zitten fijn.
Jammer dat je dit spul maar zo weinig aankan. Ik moet of netjes of het is winter. (Zo ongeveer)

Rechts-achterin op deze plank liggen de SP-vlag en de Rode Vlag. Die ging vroeger op 1 mei uit, maar tegenwoordig ontvlucht ik het land in die feestweek. Ik heb het niet zo op nationale feestdagen met koekhappen en oranjevertoon.

Rechterdeel
Rechtsboven liggen katoenen sokken. Die haal ik vooral bij de V&D (zwarte standaard) en soms de C&A (met een decent figuurtje erop). Zeemansokken (type 43-46) zijn soms te klein of anders na een keer wassen. Ik heb het liefst dezelfde sokken, want dan hoef ik niet te sorteren na het wassen.
De V&D is ook goed voor grijze of zwarte boxershorts (maat 6), al haal ik die ook wel bij de HEMA. Ik draag geen slips - dat voelt niet fijn.
In die doos die je ziet, zit een legpuzzel. Mijn lieve moedertje maakte (in betere tijden toen ze beter zat en haar handen beter functioneerden) graag legpuzzels. Ik hoop dat ze aan deze van 1000 stukjes nog eens toe komt.
Op de plank met t-shirts en blouses zie je uiteraard veel zwart. Op mijn werk draag ik altijd een helemaal zwarte of antraciete outfit. De enige variatie zit in de stropdas. In een vrolijke bui trek ik wel eens een andere kleur blouse aan.
Onderop de blouse-stapel liggen de houthakker-achtigen. Die draag ik weinig. Het moet koud genoeg zijn en dat is het niet zo vaak. In de Frankrijk-tas voor de Kerst-week zit er altijd eentje, meestal de zwart-wit geblokte, waarvan je altijd de mouwen even moet oprekken voor je 'm aantrekt.
Voor de blouses is G-Star het merk. Ik heb een stuk of tien 3301-blouses met korte maar doorgaans lange mouwen. De meeste zijn zwart, maar je ziet dat ik ook andere 3301-kleuren heb. Ik koop alleen maar de strijkvrije uitvoering, dus met wat minder katoen en wat meer polyester. Dat verdraag ik goed en ik heb een broertje dood aan strijken. Ik krijg toruwens een probleem met nieuwe blouses; volgens mij is dit model uit de G-Star-collectie.
De t-shirts zijn voor buiten werktijd en in de winter voor onder de 3301. Thuis heb ik het liefst de allervaalste aan met van die rafeltjes aan de boorden. T-shirts haal ik meestal bij de Perry Sport - van die INQ-dingen
Onderop de t-shirt-stapel liggen frivolere t-shirts, de collector-ones voor bijzondere gebeurtenissen.
De vrije-tijd broeken zijn op een enkele uitzondering na, allemaal G-Star-broeken. Het favoriete model is de Elwood, maar ook de Worker mag er zijn. De zwarte Comwood is voor feestjes. Je ziet dat ik een hele collectie in de kast heb liggen.
Het fijne van deze broeken is de gemakkelijke aankoop. Ik sta zonder passen binnen vijf minuten weer buiten met broek.
Mijn maat is 34-34.

Middenin de kast zit een rommel-laatje. Er zitten sokken die mijn moeder gebreid heeft in. Ik draag ze niet (meer) naar het werk, nog wel thuis. Eigenlijk wil ik niet dat ze verslijten - dan ben ik ze kwijt. Ik heb er een goed gevoel bij dat er nog in de la liggen. Soms als het echt te koud is voor van die V&D-prullen, gaan ze aan.
Het laatste paar dat mijn moeder voor me maakte is nog gloednieuw - die zijn ingelijst!

De onderste plank zie je niet. Daar liggen dekbedhoezen en onderlakens.

De pakjes en jasjes hangen in een vaste kast, ook op mijn slaapkamer. De pakjes zijn allemaal de scheerwol-mix-pakjes van V&D.
Geweldig handig is, dat je een smallere broek met een breder jasje kan combineren. En dat je een extra broek kunt kopen voor als er eentje naar de stomerij is. Ik heb een paar identieke en nagenoeg identieke pakken. Twee keer antraciet, een keer zwart, een keer donkergrijs en een keer heel donkere navy. Ik bewaar ze in kledinghoezen en er hangt een kaartje aan wat erin zit, want 's ochtends zie ik het kleurverschil niet.
Na werktijd gaat het pakje op de dressboy. Vroeger vond ik dat belachelijke dingen - mijn vader heeft er ook eentje en wat vond ik een stom ding. Maar wat zijn ze praktisch. Je hangt het jasje op en de broek gaat in de pers. Knopje om en de volgende morgen heb je een broiek met messcherpe vouwen.

Aan de binnenkant van de deur van de pakkieskast hangt een stropdashouder. Natuurlijk moet je daar je dassen niet gestrikt inhangen, maar dat doe ik uit gemakzucht wel. Ik heb vooral oranje/rode en zwarte/grijze tinten.
Naar het werk gaat altijd een das om. Ook als het 30 graden is, dat maakt me niks uit. Het is een gemakkelijk standaard-tenue, waar ik nooit over na hoef te denken.
Ooit vond ik pakken maar niks. Ik dacht dat poengabbers er in liepen en vond het raar om altijd hetzelfde aan te hebben. Daarin ben ik nogal veranderd. Een pakkie-broek kost minder dan een G-Star-broek en niet hoeven nadenken over wat je aan doet - dat is reuze prettig.
Boven in de pakkieskast staat op een legplank staat de luchtjescollectie. Ik kies iedere dag een luchtje uit -soms dagenlang dezelfde, soms steeds wat anders. Ik vind Sculpture en Insensť van Givenchy lekker, Wil vindt Van Gils en Roma nog lekkerder.

Klik hier om terug te gaan naar de pagina Kennismaking